Verslag van Vlagplantsessie #6
DESIGN EN DUURZAAMHEID
maandag 1 december 2008 van 18:00-22:00u
Locatie: Worm
‘Duurzaamheidsprogramma’s anno 2008 zijn te veel end-of-pipe’ is de stelling van het essay ‘Sustainability by Design – op weg naar het nieuwe Rottterdam?’ geschreven door hoogleraar Han Brezet in opdracht van het Designplatform Rotterdam.
Moderator Lucas Verweij vraagt zich in zijn welkomstwoord af welke rol duurzaamheid op dit moment speelt bij ontwerpers, engineers, opdrachtgevers en de overheid. Wordt er rekening mee gehouden? Is duurzaamheid inmi een substantieel onderwerp op de agenda’s of zijn er hypes voor nodig? En wat is de stand van zaken en het toekomstperspectief in Rotterdam?
1. Korte presentatie door Hajo Doorn, directeur van Worm
Worm is een goed voorbeeld van sustainability by design. Worm bevindt zich in een voor Rotterdam uniek gebouw. Een oud VOC gebouw dat door middel van hangconstructies van 90% gerecycled materiaal omgebouwd is tot een podium voor nieuwe media, muziek en film. Het opvallende is dat hoewel veel objecten gemaakt zijn uit gerecycled materiaal ‘hergebruik’ nooit per se het uitgangspunt is geweest. Het doel was een kruising te creëren van voetbalkantine met bioscoop, van oud/hergebruik met toekomst en gerecyclede materialen en de toegepaste producten bleken het middel om dit tot uitdrukking te brengen.
2. Lezing door professor Han Brezet, hoogleraar design for sustainability
Volgens Han Brezet kent Rotterdam veel intellectueel kapitaal, maar er is nog te weinig aandacht voor kwaliteit en duurzaamheid, terwijl het havencomplex groeit. Hij neemt drie stellingen in.
Stelling 1: Rotterdam is als een circus met veel acts, waarvan duurzaamheid geen basisact is.
Er zijn zeer ambitieuze politieke doelstellingen geformuleerd m.b.t. duurzaamheid. Er zijn echter geen krachtige impulsen die in de praktijk voor grote veranderingen zorgen en de ontwikkelingen die er zijn, zijn vooral end-of-pipe oplossingen. Waar is de preventieve aanpak die zo nodig is? En waarom richt de overheid zich vooral op het havengebied? Brezet stelt dan ook voor de haven en de maasvlakte te laten voor wat het zijn en ons te richten op duurzaamheid in de stad van Rotterdam.
Stelling 2: Rotterdam staat bekend om zijn handel en transport, terwijl de stad nieuw, radicaal en duurzaam is. Het Financieel Dagblad laat zien dat de grootste stijgers in het MKB zonne-energie bedrijven zijn. Geen enkele hiervan bevind zich echter in Rotterdam. Op basis hiervan wordt stelling 3 geponeerd.
Stelling 3: Rotterdam als stad heeft te weinig aandacht voor duurzaamheid.
Er zijn genoeg voorbeelden die laten zien dat duurzaamheid overal hoog op de agenda staat, zoals het project Sustainable Melbourne in Australië. Ook in Nederland zijn er inspirerende voorbeelden, zoals de Frisian Solar Challenge, het bedrijf Epyon (elektrisch snelladen), het ontwerpbureau Waanzinnig! (gaming voor energiebesparing) en vele anderen. Hoewel we zien dat duurzaamheid zeker onder ontwerpers steeds meer gaat leven zou het goed zijn als dit soort initiatieven ook meer vanuit de overheid zouden worden gestimuleerd. Iets wat nu te weinig gebeurt, met name in Rotterdam.
4. Michel Smit, directeur Sustainable Dance Floor BV.
Volgens Michel Smit zijn duurzame clubs dé manier om jongeren bewust te maken van het belang van duurzaamheid. Zijn motto is ‘people planet party’ waarmee hij wereldwijd een netwerk wil creëren. En het werkt, want de club was al een succes voordat deze er werkelijk was. Op basis hiervan heeft het bedrijf SDC BV verschillende concepten ontwikkeld met als uitkomst Club Watt; de eerste echte duurzame club in Rotterdam. Hier ligt ook de sustainable dancefloor die zijn energie haalt uit de dansbewegingen die erop gemaakt worden. Uiteindelijk zal deze club 30% CO2 besparen, dan is 1,3 kgCO2 uitstoot, versus de 1,8 kgCO2 die je uitstoot wanneer je thuiszit. Het is dus beter dan thuis blijven zitten! En SDC BV blijft duurzame club concepten ontwikkelen, zoals de mini club die helemaal op human energy draait en de zero waste bar. De conclusie: think global, dance local...!
5. Oriol Pasqual, business developer Enviu
Oriol Pasqual werkt bij ENVIU (de incubator voor sustainability problemen) en helpt ondernemers WOW ideeën om te zetten in bedrijven, producten en diensten. De sustainable dancefloor is hier een voorbeeld van, maar ook de hybride tuk tuk die samen met een bedrijf in zuid oost Azie is ontwikkeld. Ze proberen de ontwikkelingen die van oorsprong gericht waren op de industrie en het havengebied te sturen naar meer stedelijke ontwikkelingen. De opening is in juli 2009 en ze zijn al begonnen met het scouten van de WOW ideeën. Mensen die mee willen doen aan het pilot programma kunnen hun ideeën mailen naar info@enviu.org. Voor meer informatie kun je terecht bij www.rotterdaminnovation.com.
6. Silvia Vergeer, Studio Beige: ‘Dummies Only’
Silvia Vegeer geeft twee voorbeelden van grafische projecten waarin duurzaamheid een rol speelde, bij beiden speelde het toepassen van duurzame materialen en technieken een centrale rol.
Het probleem met betrekking tot duurzaamheid bij grafische ontwerpen is dat kleinere klanten wel mee willen gaan met de duurzame ontwikkeling maar tegen de hoge kosten aan lopen. En dat de gemeenten en grotere bedrijven wel mee willen gaan, maar hun budgetten al vast hebben staan zodat er geen extra geld beschikbaar is. Eigenlijk is het raar dat duurzaam ontwerpen niet veel meer van bovenaf gestuurd wordt door middel van regels of subsidies. www.studiobeige.nl
7. Piet Hekker, eigenaar van Proef Rotterdam en Amsterdam: ‘De arme bakker’
Piet Hekker pleit voor het terugbrengen van de ambachtelijke broodcultuur naar de stad. Zijn speelveld bevindt zich in het combineren van een plek, een stad, een ruimte en de eigen identiteit van de ambachtsman. De combinatie van authenticiteit, ambacht en vormgeving zorgt voor een vernieuwende en duurzame plek waar mensen het gevoel krijgen: ‘hier wil ik blijven/hier wil ik zijn’. Hekker is al jaren overtuigd van nut en noodzaak van het inzetten van goede architecten en ontwerpers. Hij staat met de hen voor het ontwikkelen van concepten die heel dicht bij zijn visie blijven, waarin het gaat om het combineren van individuen die samen iets nieuws brengen. Zijn nieuwe project aan het Deliplein op Katendrecht, ontwikkeld met oa Jurgen Bey, wordt een combinatie van broodlab, kooklab en taartlab. Hij richt zich niet op een doelgroep, maar op een plek. Een plek die blijft, die authentiek is. ‘Nieuw moet juist plaatsvinden in oud, dat maakt het spannend’. Daarnaast moet het concept zo breed zijn dat iedereen zich er prettig bij voelt. Duurzame processen voor business en sociale vernieuwing
8. Daniela Pais met Elementum.
Daniela Pais laat zien wat je allemaal voor kledingstukken kunt maken van enkele lappen stof die gemaakt zijn van hergebruikt katoen in Portugal. Ze heeft de collectie gemaakt als onderdeel van haar Master in Eindhoven. Ze doet nu onderzoek naar de productiemogelijkheden en materialen.
9. Debat met Han Brezet, Oriol Pasqual, Michel Smit, Piet Hekker, George Brouwer, Silvia Vegeer en Het Publiek.
Op de vraag: Waar ligt de verantwoordelijkheid voor duurzaamheid, bij de ontwerper of bij de opdrachtgever?
* Als ontwerper de kennis en kan je de opdrachtgever daarmee verleiden tot een idee. Al moeten opdrachtgevers daar wel geld voor over hebben.
* Als opdrachtgever is het belangrijks dat je open staat voor een kruisbestuiving en zorgt voor de juiste voedingsbodem om samen je wensen en doelen realiseren.
Op de vraag: Wat zijn de kansen voor Rotterdam en duurzaamheid?
* De sense of urgency is groot, maar ontwerpers zouden meer geld en ruimte moeten krijgen. Nu gaat het meeste geld naar die dat niet nodig hebben en die bovendien met end-of-pipe oplossingen komen. Daarnaast is er te weinig samenwerking tussen de TU’s en blijft de duurzaamheid versnippert door Nederland. Het gaat niet snel genoeg.
* Hier wordt tegenin gebracht dat het juist belangrijk is om ook tijd en geld te spenderen om de haven duurzamer te maken. Het heeft alleen tijd nodig voordat het resultaten oplevert. Daarnaast zijn er nu nog geen alternatieven voor handen, dus moeten er hard gewerkt worden aan vervangingen. Uiteindelijk gaat het om het starten van een beweging waar iedereen aan mee doet, zowel de haven, bedrijven als de stad.
* Toch is er behoefte aan meer aandacht voor de pro-actieve aanpak. Jongeren zitten vol met ideeën en energie en moeten gestimuleerd worden daar meer mee te doen. Rotterdam is een echte ‘doe’ stad, met de passende mentaliteit. Het is echter nog steeds vooral een bottom up stad. De initiatieven komen van onderaf, van de jonge ondernemers en niet vanuit de overheid.
* Rotterdam moet meer om zich heen kijken. In andere delen van Nederland wordt duurzaamheid wel gestimuleerd van bovenaf, zoals in Noord Nederland waar Blue Energy wordt gestimuleerd.
* De conclusie lijkt te zijn dat Rotterdam een stimulerende stad is welke veel kansen biedt voor degenen die hier gebruik van weten te maken en hun eigen initiatieven weten te ontplooien.
Verslag: Annemieke Raven.
Fotoverslag Ruud de Jong