Vlagplantsessie Graphic Design. Holland uit vorm
Verslag van Vlagplantsessie ‘Holland uit vorm. Graphic Design’
15 december 2009 in Arminius te Rotterdam.
Door: Izaak Dekker
De bezoekers druppelen binnen en gaan gretig in op de aangeboden warme soep. Langzaam vult de kerk zich. In het midden liggen de jongere ontwerpers op de zitzakken, daaromheen positioneert zich de rest van het publiek in de banken. De ruimte is goed gevuld. Lucas Verweij leidt de avond en het debat in met een aantal persoonlijke vaststellingen:
1 De reputatie van Nederlands design is, internationaal gezien, gedaald.
2 Print neemt als opdrachtgever langzaam steeds meer af, van munten tot magazines.
3 Het beeldscherm is geen plat vlak waar je dus als grafisch ontwerper hetzelfde mee om moet gaan als met de opdruk voor een gedrukt vlak.
4 Het ontwerp voor digitale omgevingen wordt gekaapt door templates en amateurs.
Conclusie: Het grafisch ontwerp beperkt zich tot een kern en neemt daarbuiten af. Tijdens deze avond ondervragen we dit. Is het inderdaad zo? En stel je voor dat we met zoiets wellicht onbekends als krimp te maken hebben, hoe moeten we hier dan mee omgaan?
Gerard Hadders introduceert zijn pleidooi met zijn carriere als professional borderliner. Hij heeft zich altijd tussen de verscheiden aspecten van het brede ontwerpen weten te manouvreren als breed geschoold grensgeval. Nu vraagt hij zich af of dit voor nieuwe ontwerpers ook goed te doen is binnen de nieuwe constructie waarin het vak zich tegenwoordig ook wel vindt. Deze nieuwe constructie houdt in dat de ontwerper vaak niet meer op hoog niveau vanaf het begin samen met de opdrachtgever aan tafel zit. Hij zit aan zijn bureau zonder dynamisch direct contact met het bedrijf waarvoor hij de opdracht maakt. Veel van de opdrachten waar ontwerpers aan te pas komen bereiken hem niet omdat ze worden uitgevoerd door mensen met weinig of geen creatieve achtergrond in bijvoorbeeld marketing.
Mieke Gerritzen wijst in haar presentatie naar de alomtegenwoordigheid van informatie en media. Ontwerpers hebben niet door hoe groot hun bijdrage aan cultuur door de vormgeving hiervan kan zijn. Consumenten gebruiken anderzijds van alles zonder te beseffen dat het bij ontwerpers vandaan komt, denk aan templates etc. Ontwerpers zijn tegenwoordig niet meer de enigen die beelden vormen, iedereen heeft momenteel wel apparatuur en software om foto's te maken, bewerken en te integreren in zijn of haar (digitale) omgeving. Door dit aanbod van beelden ontstaat een soort beeldinflatie. Er wordt van de techniek gezegd dat ze mateloos kan zijn, dat is ook op de beelden die hier uit voortkomen van toepassing. In navolging van bio-industrie en scharrelvlees spreken we binnenkort misschien ook over 'bio-beeld' en 'scharrelbeeld'. De toekomst van de grafische ontwerper ligt in de software. “Zoek als ontwerper een metapositie die ervoor zorgt dat de massa beter kan communiceren”. Misschien hoort de opleiding naar de technische universiteit verplaatst te worden. Op die manier krijgt de student meer technische kennis over het werken met en vooral het vormen van de tools zelf.
Joost Grootens presenteert zijn Vinex-Atlas waarmee hij de Rotterdam designprijs 2009 won. Na een uitleg over de werking van de atlas antwoord hij op vragen van Lucas Verweij dat het juist goed gaat met Nederlands design. Er is niets aan de hand! Er worden wel minder boeken gedrukt maar dat zijn vooral de oninteressante boeken. “Internet is een blessing voor het boek”. Alle catalogusachtige opdrachten kunnen aan het internet worden uitbesteed, de interessant boeken waarin een statement wordt gemaakt blijven over. “Het blijft cool om een boek uit te geven”.
Ronald Rovers schreef het essay dat aan de aanwezigen is uitgedeeld: ‘De grafisch ontwerper is klinisch dood’. Hij benadrukt het belang van een positieve invulling van het vak, in plaats van het met de rug tegen de muur staan wanneer gevraagd wordt wat ontwerpen is. Als je weet waar je voor staat hoef je niet bang te zijn voor de verandering. Rovers heeft een duidelijke oproep aan de ontwerper: "Zoek uit wat precies het ambacht van de ontwerper is".
Antoine Achten spreekt voornamelijk vanuit zijn vorige posities als opdrachtgever van ontwerpers voor een groot postbedrijf. Het valt volgens hem wel mee met de situatie van het Nederlands ontwerp. Laten we niet vergeten dat het vroeger ook niet allemaal fantastisch was. Wellicht is deze huidige ontevredenheid een generatieconflict. Wat we wel kunnen zeggen is dat het 'reservaat' van de ontwerper kleiner wordt. De ontwerpers verbergen zich achter de culturele sector, daarbuiten worden de echte grote opdrachten door reclamebureaus aangenomen. Wellicht is het interessant voor ontwerpers om naar kansen buiten de gebruikelijke sector te kijken. Zet de ramen open, ga samenwerken met andere disciplines; psychologen, kunstenaars etc. De kansen liggen nu nog in de culturele sector, daarbuiten wordt je als ontwerper vooralsnog niet herkend omdat er een andere taal wordt gesproken.
Jannetje in 't Veld en Toon Koehorst zijn twee jonge ontwerpers. Door delen van hun portfolio te presenteren laten ze zien hoe ze te werk gaan. Bij opdrachten nemen ze vaak zelf het initiatief voor communicatie en nemen ze verantwoordelijkheid voor het eindproces. Het gaat volgens hun goed met het vak ontwerper, er is veel mogelijk. Een grote verandering met vroeger is dat een boek of ander product niet meer om zijn eigen merites verkoopt, het moet in andere media met autoriteit ter sprake komen. "Maar dit is een trend waar iedereen, niet alleen ontwerpers, mee te maken hebben".
Discussie Hoe staat het er nu voor met de toekomst van de Nederlandse grafisch ontwerper? "We staan nu op de top van iets dat kan gaan verdwijnen, de beeldcultuur. Iedereen maakt nu beeld dus kunnen we weer iets interessanters gaan maken". De ontwerper kan dus ingaan op nieuwe technologische mogelijkheden, maar: "Los van elke technologie, hoe die zich ook mag ontwikkelen, moet je zelf een manier vinden om er vorm en inhoud aan te geven." De ontwerpers moeten dingen combineren. Zij kunnen dingen echt vormen en gebruiken, anderen consumeren ze slechts. Dit houdt wellicht ook in dat de ontwerper van alle markten thuis moet zijn. "Als ontwerper moet je zoveel mogelijk bijleren van alle kanten, je moet van veel dingen iets af weten. Dit zorgt ervoor dat je alles kan aansturen en gebruiken."
Is dit niet een contradictie? We moeten ons specialiseren in nieuwe technologie maar tegelijkertijd moeten we van alle markten thuis zijn... "De ontwerper moet meer specialiseren en meer samenwerken met anderen, het kan samengaan. Sterker nog: deze spanning is een essentieel onderdeel van ontwerpen." "Samenwerken gaat om de kwaliteit die de ontwerper heeft om oplossingen te maken in complexe situaties. Dit levert meerwaarde."