In de spotlight
Zoek in ons archief op
naam, trefwoord of datum:
Francisca Snel: “Creatie is een spel tussen voorspelbaarheid en onzekerheid”
Ontmoet
Francisca Snel,
een ambachtelijke kunstenaar die traditionele technieken zoals glasblazen verbindt met hedendaagse ideeën. Wie goed kijkt, ziet in haar werk een knipoog naar maatschappijkritische thema’s. Na een carrière in de Rotterdamse corporate wereld werkt ze nu vanuit haar atelier op het Friese platteland. Onlangs presenteerde ze op Object Rotterdam haar project Glashelder. In dit gesprek reflecteren we op het gedachtegoed achter haar werk.
Door Anna Swagerman
Hoe ben je vanuit het bedrijfsleven de kunsten ingerold?
‘Mijn reis naar Japan was een belangrijk omslagpunt. Ik maakte daar veel foto’s. Bij thuiskomst zag iemand van de drukkerij mijn beelden en merkte op dat ik oog had voor compositie: ‘Hier moet je iets mee doen.’ Het duurde nog een paar jaar voordat ik die stap daadwerkelijk zette, maar die opmerking opende wel iets: het besef dat het ook anders kon. Vanaf mijn 23e werkte ik in het bedrijfsleven, maar gaandeweg begonnen de kantoormuren op me af te komen. Uiteindelijk zegde ik mijn baan op en deed toelatingsexamen voor de Willem de Kooning Academie, in die volgorde. Ik vertrouwde op mezelf.’
Hoe ervaarde je het verschil tussen die twee werelden?
‘M’n oude omgeving voelde behoudend en resultaatgericht, terwijl de nieuwe context juist draait om groei en experiment. Een wereld van verschil. Maar net als elke sector heeft de kunst natuurlijk ook een commerciële kant: van prijsbepaling tot boekhouding en netwerken. Toch voel ik me hier vooral geïnspireerd.’
Welk project op de Willem de Kooning heeft je het meest gegrepen?
‘Dat was mijn project over het feit dat vrouwen in de 17e eeuw afhankelijk waren van mannen voor toegang tot materialen en opleiding. Bovendien moesten ze zich beperken tot onderwerpen die als ‘passend’ werden gezien, zoals bloemen of stillevens. Thema’s met meer publieke zichtbaarheid, zoals mythologische of religieuze verhalen, waren voorbehouden aan mannen. Een goed voorbeeld is Rachel Ruysch. Tijdens haar leven verdiende ze meer dan Rembrandt, en haar werk leeft voort op behang, theemokken en andere decoratieve toepassingen. Toch kent bijna niemand haar naam.’
“Al jong merkte ik dat volwassenen om me heen standpunten hadden waar ik me niet in kon vinden.”
Is die ongelijkheid tussen mannen en vrouwen ook iets wat je in je eigen leven raakte?
‘Absoluut. Al jong merkte ik dat volwassenen om me heen standpunten hadden waar ik me niet in kon vinden. Later, in het bedrijfsleven, zag ik hetzelfde patroon terug: ik had een vergelijkbare functie als mijn mannelijke collega’s, maar werd minder betaald. Ik vind het belangrijk om met mijn projecten over dit soort thematiek gesprekken op gang te brengen.’
In je glaswerk verwerk je het koper van een schuursponsje. Is dat ook een knipoog naar maatschappijkritiek?
‘Absoluut. Voor mij staat een schuursponsje voor ongeziene arbeid. Huishoudelijk werk wordt vaak over het hoofd gezien, terwijl het fundamenteel is voor het leven om ons heen. De kleurvlekken in het glaswerk symboliseren de smet op onze omgang met dit soort arbeid en de impact die dat heeft op de balans en (on)gelijkheid in de maatschappij.’
Heb je het gevoel dat je mensen met je werk een stem geeft?
‘Ja, dat is wel mijn intentie. Ik presenteerde mijn werk op Object Rotterdam en vertelde over ongeziene arbeid. Uit het publiek kwam een reactie van een man die als asielzoeker naar Nederland was gekomen. Hij was van oorsprong schrijver, maar om de eerste jaren hier te overleven werkte hij als afwasser. Hij voelde zich weinig gewaardeerd in die positie. Mensen die een restaurant bezoeken, realiseren zich vaak niet wie deze ervaring mogelijk maakt: de kok, de afwasser, degene die de toiletten schoonmaakt. Alleen als er iets niet klopt, merken ze het op.’
Is die wrijving duidelijk terug te zien in je werk?
‘Voor de kijker is dat misschien subtiel, maar ik zie het zeker. Het gebruik van contrasterende kleuren is bijvoorbeeld een manier waarop ik wrijving verbeeld. Al mijn projecten vertrekken vanuit iets dat schuurt. Het project Beebar, over het belang van insecten en waterverbruik, is daar ook een goed voorbeeld van: ook in de natuur ontbreekt vaak het oog voor de kleine schakels, terwijl juist die een enorme impact hebben op het geheel.
Kleine insecten vallen ons meestal pas op als ze tot last zijn.’
“De landelijke omgeving gaf me de mogelijkheid om een garage om te bouwen tot atelier.”
Is die aandacht voor de natuur ontstaan toen je van Rotterdam naar Friesland verhuisde?
‘Die interesse was er altijd al, maar ik doe hier zeker nieuwe ervaringen op. Ik neem deel aan vrijwilligersactiviteiten zoals de Vogelwacht, waardoor ik inzicht krijg in de problematiek waar boeren tegenaanlopen en waar ze zich samen met natuurliefhebbers voor inzetten. Bovendien bood de landelijke omgeving me de mogelijkheid om een garage om te bouwen tot atelier, iets wat in Rotterdam niet zo makkelijk had gekund.’
Kun je een voorbeeld noemen van een project dat in Friesland is ontstaan?
‘Mijn ervaringen bij de vogelwacht en kerkuilenwerkgroep zijn de inspiratie geweest voor het project Molke & Meane (Melk & Maaien), wat vanaf mei te zien is bij het lokale museum it Tsiispakhûs (het Kaaspakhuis) in Wommels. Deze expositie belicht de spanningen in een landschap dat leeft tussen natuurbehoud en voedselproductie. Het toont een gelaagd verhaal over landbouw, biodiversiteit, keurmerken en keuzes.’
Naast de landbouw laat je je ook inspireren door de kustlijn…
‘Ja, mijn project Foar de Floed (voor de vloed) is geïnspireerd op de terp waarop ik woon; een kunstmatige woonheuvel om mensen en vee te beschermen tegen hoogwater. De terp diende ook als bleekveld: een grasland dat vroeger door bewoners werd gebruikt om de was te bleken. Dat inspireerde me om te experimenteren met het ‘bleken’ van zee-elementen. Ik werk met een milieuvriendelijke variant van cyanotype, waarbij zonlicht het werk doet. Zo geef ik de lokale geschiedenis en oude gebruiken een verrassende twist.’
“Eerst leer ik het materiaal goed kennen, en dan ga ik op zoek naar verrassingen binnen die grenzen.”
Je achtergrond als efficiëntieconsultant draaide om voorspelbaarheid, niet om verrassing. Hoe beïnvloedt dat je creatieve proces?
‘Creatie is voor mij een spel tussen voorspelbaarheid en onzekerheid. In mijn praktijk leer ik het materiaal eerst goed kennen, en pas daarna ga ik op zoek naar verrassingen binnen die grenzen. Bij glas kies ik bijvoorbeeld bewust voor reactieve kleuren: chemisch zo samengesteld dat ze nieuwe, onverwachte tinten vormen wanneer ze samenkomen.’
Kunnen we jouw werk in de toekomst ook op een kunstbeurs tegenkomen of beschouw je je werk meer als design?
‘Ik ben nog niet door een galerie uitgenodigd om aan een kunstbeurs deel te nemen, maar ik hou het zeker voor mogelijk. Ik ben nog niet zo lang bezig, dus er valt nog veel te ontdekken. Mijn project Glashelder is wel in juni te zien bij
Root Gallery
in Krimpen aan de Lek.’
Je blijft jezelf uitdagen…
‘Ja, en dat zou ik iedereen willen meegeven. Veel mensen vinden de overstap van mijn vorige carrière naar het kunstenaarschap dapper, maar voor mij voelde het vanzelfsprekend. Als iets kriebelt, ben je nooit te oud om een kleine of grote verandering door te voeren.


